Stappenplan noodverlichting

stappenplan_noodverlichting

Noodverlichting Kennisbank → Stappenplan noodverlichting

Het stappenplan voor de juiste noodverlichtingsinstallatie

Er is een goede systematische aanpak nodig om de noodverlichtingsinstallatie goed in te richten. Om zo’n aanpak goed te kunnen inrichten, biedt het op NBN-EN 1838 gebaseerde plan van aanpak hulp. Uiteraard lichten wij het voor u toe in het stappenplan voor noodverlichtingsinstallaties.

Het stappenplan dat op de NBN-EN 1838 gebaseerd is, voorziet in een systematische aanpak bij het praktische ontwerp van een noodverlichtingsinstallatie. Het geeft inzicht in de risico’s in en buiten een gebouw. Daarnaast geeft het ook inzicht in de vluchtmogelijkheden. Hieronder volgt de rode draad in het stappenplan:

  • Stap 1: Het in kaart brengen van het gebouw: verblijfsruimtes, vluchtroute en werkplekken met verhoogd risico;
  • Stap 2: De vluchtrouteaanduiding;
  • Stap 3: De vluchtrouteverlichting, anti-paniekverlichting en verlichting van werkplekken met verhoogd risico.

1. Het in kaart brengen van het gebouw

In welke ruimte verblijven personen?

Noodverlichting moet verplicht aanwezig zijn in (verblijf)ruimtes die groter zijn dan 60 vierkante meter. Er is voor het bepalen van het minimaal aantal deuren en vluchtrouteaanduidingen een vuistregel, die luidt als volgt:

  • Bereken de maximale bezetting van een ruimte met de volgende formule: Ruimte (vrije ruimte) / 0,5 m2 = maximale bezetting van de ruimte.
  • Bereken de benodigde (doorstroomcapaciteit van de) vluchtdeuren. Dit gebeurt als volgt:Maximale bezetting van de ruimte/doorstroomcapaciteit deuren = aantal deuren. De doorstroomcapaciteit is bij naar buiten draaiende deuren 100 personen en bij naar binnen draaiende deuren 37 personen.

Om te controleren of er voldoende vluchtdeuren zijn bepaald, kijken wij naar de gecorrigeerde loopafstand. We hoeven daarbij geen rekening te houden met constructies. De gecorrigeerde loopafstand is maximaal 20 meter.

Verplaatsing van personen

Het verplaatsen van personen is van enorm belang als het gaat om het inrichten van de vluchtroutes. De vluchtroute moet de kortste route zijn vanaf elk mogelijk punt waar een persoon zich in het gebouw bevindt naar de openbare weg. Uiteraard is het wel zo dat de vluchtroute niet door een risicovolle ruimte mag lopen. In geval van calamiteiten mogen personen niet blootgesteld worden aan onnodige gevaren.

Vaststelling van risicogradaties van werkplekken

Het in kaart brengen van de risicogradaties moet altijd met een deskundige besproken worden. Het kan zijn dat u de benodigde informatie niet voorhanden hebt. Zodra u de juiste informatie niet voorhanden hebt, kan er een veilige projectie op basis van de vastgestelde uitgangspunten gemaakt worden..

Het in kaart brengen van het gebouw

2. De vluchtrouteaanduiding

De vluchtrouteaanduiding, het begrip zegt het al, is de aanduiding van de vluchtroutes, maar ook van nooduitgangen en nooddeuren. Zodra een nooduitgang niet direct zichtbaar is, moeten de signaleringen richting geven naar de dichtstbijzijnde nooduitgang. De vluchtrouteaanduiding te allen tijde goed zichtbaar te zijn, ook als netspanning aanwezig is. Tijdens de inspectie en onderhoud worden de vastgestelde zichtbaarheidseisen gecontroleerd.

Projecteren vluchtrouteaanduiding

Ruimtes die groter zijn dan 60 vierkante meter en de vluchtroute worden voorzien van vluchtrouteaanduiding.

3. De vluchtrouteverlichting

De verlichtingssterkte van vluchtrouteverlichting is vastgesteld op 1 Lux. In sommige situaties is 1 Lux te weinig, namelijk in verzorgingstehuizen voor ouderen of op werkplekken met verhoogd risico. In deze situaties wordt er een andere verlichtingssterkte geadviseerd. Om hier de juiste verlichtingssterkte te adviseren, is informatie van de opdrachtgever noodzakelijk. Maar soms is die er niet of is die er onvoldoende. In deze gevallen gaat NVFN uit van de volgende waarden:

  • Ruimtes en vluchtwegen breder dan 2 meter worden voorzien van anti-paniekverlichting. Op die manier kunnen personen zich veilig naar de vluchtroute begeven en ontstaat geen paniek. De verlichtingssterkte op de vloer is minimaal 1 Lux.
  • Op de vloer van de vluchtroute zelf is de verlichtingssterkte eveneens minimaal 1 Lux.
  • Als de brandbestrijdingsuitrusting, handbrandmelders en EHBO-post op tekening staan aangegeven, worden ze meegenomen in de projectie en verlicht met minimaal 5 Lux
  • Bij werkplekken met verhoogd risico is de verlichtingssterkte op de vloer minimaal 10 procent van de vereiste verlichtingssterkte in de normale situatie. Om de benodigde verlichtingssterkte te bepalen kan de norm NBN-EN 12464-1 worden gehanteerd.
  • De ruimtes die in de tabel hieronder staan aangegeven met * worden standaard gezien als werkplekken met verhoogd risico. In overleg met de opdrachtgever kunnen eventueel meerdere ruimten als zodanig worden gedefinieerd. De minimale verlichtingssterkte van 15 Lux in nood wordt als veilig beschouwd.
  Ruimten met werkplekken met verhoogd risico:
  Ruimte waar een hoofdverdeelkast staat opgesteld *
  Ruimte waar een onderverdeler staat opgesteld *
  Ruimte waar hoofdnoodvoedingskast staat opgesteld *
  Liftmachinekamer *
  Professionele keuken
  Praktijklokalen op school
  Laboratoria
  Werkplekken waar gewerkt wordt met gevaarlijke chemische stoffen
  Werkplekken met een verhoogd brand- of explosiegevaar
  EHBO-ruimte, indien er sprake is van een ruimte, toegewezen voor het behandelen van personen met letsel  

Projecteren vluchtrouteverlichting

Op de vluchtroute en op andere plaatsen in een gebouw gelden verschillende en zeer specifieke eisen voor het projecteren van vluchtrouteverlichting. Die zijn als volgt:

  • Binnen een afstand van 2 meter (horizontaal gemeten) bij elke uitgang die bedoeld is voor gebruik in geval van nood
  • Binnen een afstand van 2 meter (horizontaal gemeten) van trappen, zodat elke trede direct wordt aangelicht
  • Binnen een afstand van 2 meter (horizontaal gemeten) van enig ander niveauverschil
  • Bij elke richtingsverandering
  • Bij elke kruising of splitsing van gangen
  • Aan de buitenkant, en binnen een afstand van 2 meter (horizontaal gemeten) van elke nooduitgang naar buiten
  • Binnen een afstand van 2 meter (horizontaal gemeten) van elke EHBO-post
  • Binnen een afstand van 2 meter (horizontaal gemeten) van elk onderdeel van de brandbestrijdingsuitrusting en handbrandmelders
  • In elk invalidentoilet
  • In elke voorportaal van een invalidentoilet
  • Op een vluchtroute, vanuit een ruimte de kortste weg naar buiten, minimaal 1 Lux op de vloer.
het projecteren van vluchtrouteverlichting Projecteren anti-paniekverlichting

Voor anti-paniekverlichting geldt in ruimtes die groter zijn dan 60 vierkante meter (dit geldt ook voor lichte industrie zoals magazijnen) als norm 1 Lux.

het projecteren van vluchtrouteverlichting / anti-paniekverlichting Projecteren verlichting van werkplekken met verhoogd risico

In ruimtes met verhoogd risico (zie de tabel hierboven) gemarkeerd met een * dient 15 lux op de vloer te worden geprojecteerd. Het risico in overige typen ruimten wordt in overleg met de klant beoordeeld

Projecteren verlichting van werkplekken met verhoogd risico Bron: NVFN

Even geduld...