Vluchtrouteaanduiding

Vluchtrouteaanduiding

Noodverlichting KennisbankSoorten noodverlichting → Vluchtrouteaanduiding

Een vluchtrouteaanduiding markeert de vluchtroute, is permanent verlicht en is te herkennen aan pictogrammen en kleuren waaruit blijkt hoe een gebouw of bouwwerk kan worden verlaten. De betreffende pictogrammen en kleuren worden in detail beschreven in de norm NBN-EN-ISO 7010.

Het doel van een vluchtrouteaanduiding

Het doel van de vluchtrouteaanduiding is om de gebruiker van een gebouw duidelijkheid te geven over de vluchtroutes. Wanneer personen minder bekend zijn met een gebouw en/of specifieke vluchtroute of zich door rook of duisternis niet meer kunnen oriënteren, is het van belang dat men snel de weg naar buiten kan bereiken.

Wanneer wordt een vluchtrouteaanduiding toegepast?

Vluchtrouteaanduidingen worden toegepast in alle typen gebouwen, er geldt een aanwezigheidseis. De noodzakelijke en vereiste verlichting dient dan zorgvuldig in kaart gebracht te zijn. Het is van belang dat de vluchtrouteaanduiding op een duidelijk waarneembare plaats moet zijn aangebracht, dus niet achter een deur, gordijn of bij een hoge ruimte direct onder het plafond. En met de juiste armaturen uitgevoerd.

In het Bouwbesluit is bepaald dat een bouwwerk een vluchtrouteaanduiding moet hebben in iedere ruimte waardoor een verkeersroute voert en in iedere ruimte die bedoeld is voor meer dan 50 personen. In ruimten voor minder dan 50 personen is dus geen aanduiding nodig tenzij door die ruimten een verkeersroute voert. Een vluchtrouteaanduiding is bijvoorbeeld niet noodzakelijk en gebruikelijk in een afgesloten kantoortje, maar wel in de gang of kantoortuin waardoor vanuit dat kantoortje naar een veilige plek wordt gevlucht. NBN-EN-ISO-7010 stelt eisen aan de gebruikte kleuren en symbolen (pictogrammen) van vluchtrouteaanduidingen. In NBN-EN 1838 worden met name eisen gesteld aan luminantie en luminantieverhoudingen. De luminantie van elk deel van de veiligheidskleur van de vluchtrouteaanduiding moet minimaal 2 cd/m² bedragen in alle relevante kijkrichtingen. De normen bevatten geen eisen over de verlichtingssterkte van de vluchtrouteaanduiding zelf. In een aantal gevallen worden pictogramstickers aangebracht die zo nodig door externe verlichting worden aangelicht om aan de luminantie-eis te kunnen voldoen. Een vluchtrouteaanduiding die op een vluchtroute ligt vanuit een ruimte met een verlichtingsinstallatie die niet is aangesloten op een voorziening voor noodstroom, hoeft bij stroomuitval niet aan de zichtbaarheidseisen van NBN-EN 1838 te voldoen.

Na stroomuitval moet de vluchtrouteaanduiding binnen 15 seconden gedurende (ten minste) 1 uur aan de zichtbaarheidseisen van NBN-EN 1838 voldoen. Hoewel in de praktijk vaak van een intern verlichte armatuur gebruik zal worden gemaakt is het ook toegestaan de vluchtrouteaanduiding extern aan te lichten.

Vluchtrouteaanduidingen in tunnels

Een tunnel heeft een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan de zichtbaarheidseisen van NBN-EN 1838. De vluchtrouteaanduiding is niet hoger dan 1,5 m boven de vloer aangebracht en de afstand tussen twee vluchtrouteaanduidingen is niet meer dan 25 meter, gemeten langs de tunnelwand. Het is toegestaan om vluchtrouteaanduidingen boven vluchtuitgangen of -deuren aan te brengen. De deur die toegang geeft tot een beschermde route moet aan beide zijden groen (RAL 6024) zijn. Dit voorschrift geldt alleen voor een tunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m.

Vluchtrouteaanduidingen boven vluchtdeuren

Een vluchtdeur moet worden voorzien van een verlicht pictogram (of een serie pictogrammen). De herkenningsafstand van vluchtwegaanduiding armaturen is 200 maal de hoogte van het groene vlak van het pictogram (bij aangelichte pictogrammen halveert deze afstand).

Even geduld...