Bouwwetgeving

Bouwwetgeving

Noodverlichting KennisbankBouwwetgeving

De Vlaamse regelgeving voor noodverlichting is vastgelegd in 2 delen. De bouwwetgeving en de wetgeving voor de veiligheid van de arbeidsplaatsen.

De bouwwetgeving

De bouwwetgeving is vastgelegd in het KB (Koninklijk Besluit), de vaststelling van de basisnormen voor preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. KB schrijft noodverlichting voor, zowel in gebouwen onderhevig aan verbouwing als bij volledige nieuwbouw, waarvan de aanvraag is ingediend vanaf 01 januari 1998 voor lage gebouwen (LG), vanaf 26 mei 1995 bij hoge en middelhoge gebouwen (HG en MG) en vanaf 15 augustus 2009 voor industriegebouwen.

Het KB maakt onderscheid tussen veiligheidsverlichting en vervangingsverlichting.

"5.4 Vervangingsverlichting : kunstmatige verlichting die, bij het uitvallen van de gewone kunstmatige verlichting, toelaat bepaalde activiteiten op sommige plaatsen van het gebouw voort te zetten.
5.5 Veiligheidsverlichting (noodevacuatieverlichting) : verlichting die, bij het uitvallen van de gewone kunstmatige verlichting, de herkenning en het gebruik in alle veiligheid van vluchtmogelijkheden steeds waarborgt wanneer de locatie in gebruik is en die, om paniek te voorkomen, verlichting levert om personen toe te laten evacuatiewegen te herkennen en te bereiken.”
(Quote KB 7 juli 1994)

Voor de technische en functionele eisen verwijst het KB in de nieuwste vorm naar volgende normen: NBN EN 1838 (Toegepaste verlichtingstechniek – Noodverlichting), NBN EN 60598-2-22 (Verlichtingsarmaturen - Deel 2-22 : Bijzondere eisen - Verlichtingsarmaturen voor noodverlichting) en NBN EN 50172 (noodverlichtingssystemen voor vluchtwegen). In de praktijk ziet de brandweer toe op het naleven van dit KB.

Even geduld...